Het stadhuis is een openbaar utiliteitsgebouw dat in 1983 is gerealiseerd. De gemeente Lelystad had de wens om het nieuwe werken te implementeren, het gebouw publieksvriendelijker te maken met een heldere positionering van alle publieksdiensten en een duidelijke scheiding tussen publieksruimten en kantoorgedeelten.
Verder dienden de installaties vervangen te worden door nieuwe installaties passend bij de eisen van deze tijd. Hierdoor waren diverse constructieve aanpassingen aan het bestaande casco noodzakelijk. Deze zijn hieronder gespecificeerd.
webfoto

Project informatie

Werkveld

Constructies

Plaats

Lelystad

Opdrachtgever

Gemeente Lelystad

Architect

Ector Hoogstad architecten

Omvang

24.000 m2 bvo

Start

2009

Oplevering

2011

Adviesdiensten

Constructief ontwerp, bestek- en detailtekeningen, alsmede de constructieve berekeningen

 

chevron-right chevron-left

In de bestaande eerste verdiepingsvloeren zijn meerdere grote vides gemaakt. Deze werden financieel haalbaar door rekening te houden met de mogelijkheden en capaciteit van de bestaande vloerconstructies. Zo is voor de grote nieuwe vide in de centrale hal een oplossing gevonden door vloerdelen van de eerste verdieping op slimme plaatsen op te hangen aan de bovenliggende tweede verdiepingsvloer. Hierbij was een nauwkeurige bepaling van de aanwezige capaciteit essentieel. De transparantie van de voor het publiek toegankelijke ruimten op begane grond is met de vides sterk vergroot. Rondom de vides zijn op het niveau van de eerste verdieping diverse ontmoetingsplekken en het restaurant gepositioneerd.

Ook de nieuwe trouwzaal en presentatiezaal zijn voorzien van nieuwe vides. Deze vrij besloten ruimten kregen hierdoor beduidend meer allure. Rondom deze ruimten zijn in de constructieve wanden diverse wandopeningen aangebracht en trappen toegevoegd om nieuwe looproutes mogelijk te maken.
Volgend uit de grotere ruimtebehoefte voor installaties, zijn de technische ruimten vergroot, verticaal en horizontaal. Hierbij is de grotere schacht- en sparingsbehoefte geoptimaliseerd, waardoor de impact van deze aanpassing is geminimaliseerd.

In de bestaande kelder is een nieuwe fietsenberging gerealiseerd, waarvoor een nieuwe toegang tot de kelder noodzakelijk was. De hiervoor benodigde grote vloersparingen langs grond- en waterkerende kelderwanden maakte het aanbrengen van nieuwe vloerdragende wanden en schijfwerking verzorgende vloerdelen noodzakelijk.
Op twee koppen van de kantoorvleugels zijn de trappenhuizen – die aanvankelijk boven de eerste verdiepingsvloer begonnen – doorgezet tot begane grondniveau, waardoor medewerkers van de kantoorverdiepingen direct naar de servicebalies op begane grondniveau kunnen, zonder door voor publiek toegankelijke ruimten te hoeven.

Om de hoofdentree van het stadhuis sterker te accentueren heeft deze een grote uitkragende luifel gekregen welke gedeeltelijk in het gebouw doorloopt. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang van buiten naar binnen. De transparantie wordt gewaarborgd door de integratie tussen de glazen dakplaten en de staalconstructie.
Voor de gevelreiniging binnen het atrium is een nieuw rail-tracé bepaald, waarbij met beperkte constructieve toevoegingen zowel de binnengevel als het schuine dak binnen het atrium gereinigd kan worden.

Door al deze aanpassingen is het stadhuis ook de komende 25 jaar weer een duurzaam, ruimtelijk, levendig én toegankelijk middelpunt van de stad.