Begin jaren zeventig verrezen drie wolkenkrabbers naar Amerikaans model aan het Marconiplein. Samen met het in 1965 gebouwde Overbeekhuis vormen zij het Europointcomplex.
Aronsohn was constructieadviseur voor dit gehele complex.
Afbeelding 3

Project informatie

Werkveld

Constructies

Plaats

Rotterdam

Opdrachtgever

fa. Overbeek en OGEM

Architect

Overbeekhuis: F.U. Verbruggen en P.R. Goldschmidt, Europointtorens: Skidmore, Owings & Merrill

Omvang

Overbeekhuis: 11.000 m2, Europointtorens: 33.000 m2 per gebouw

Start

Overbeekhuis 1963, Europointtorens 1973

Oplevering

Overbeekhuis 1965, Europointtorens 1975

Adviesdiensten

Constructieve ontwerp, bestek- en detailtekeningen en berekeningen, alsmede de directievoering en toezicht
chevron-right chevron-left

Het Overbeekhuis bestaat uit een betonnen kern, waaraan via een soort betonnen ‘parasol’ de verdiepingen van boven naar beneden zijn afgehangen. Voordeel van deze constructiewijze is dat er geen kolommen in de gevel nodig zijn. Belangrijkste argument voor deze kostbare bouwwijze is waarschijnlijk dat hiermee de stalen buizen en moeren van de firma Overbeek in een bouwkundige toepassing konden worden gedemonstreerd.

Hierna heeft Overbeek in samenwerking met een Engelse projectontwikkelaar de drie andere kantoorgebouwen ontwikkeld. Directeur Irmer was een liefhebber van de typisch Amerikaanse architectuur van Mies van der Rohe en Skidmore, Owings and Merrill (SOM) en benaderde laatstgenoemde. SOM was begin jaren zeventig het grootste Amerikaanse architectenbureau met duizend medewerkers in vijf vestigingen. De drie torens kregen de benaming Europoint. Het Overbeekhuis werd Europoint I; de eigenlijke Europointtorens werden Europoint II, III en IV.

De Europointtorens zijn ca. 95 meter hoog. De vloeren hebben een omtrek van 33 bij 47 meter. De gebouwen hebben een opzet met een kern met liften, trappenhuis, toiletten en technische ruimtes met daaromheen vrij indeelbare kantoorruimte. Kolommen en balken in de gevels vormen raamwerken die meedoen in de stabiliteit van het gebouw. De kern en de gevelkolommen zijn in het werk gestort. De vloeren bestaan uit geprefabriceerde balken met daartussen breedplaatvloeren.

Voor meer informatie zie de artikelen in het Bouwkundig Weekblad (juli 1965) nr. 14 en Cement XX VI (1974) nr. 8.